|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van L1-TV en COS Limburg een reis om de wereld op zoek naar de passie gedrevenheid en motivatie van Limburgers die elders in de wereld lokale initiatieve steunen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera. De documentairereeks "L1mburg Helpt" zal vanaf september 2012 wekelijks worden uitgezonden op L1-TV.
 
 
Juli 2012, Yerevan

Wonden in vergetelheid.
 
Yerevan - Het is vier uur in de vroege morgen wanneer een louche figuur meereizend fotograaf Jan Janssen en mijzelf staat op te wachten bij de luchthaven van Yerevan. Een lange, smalle man, midden veertig, met een bordje ‘Marjn Puls’ waar ik met wat creativiteit mijn naam in zie. Hij draagt een oude rode joggingbroek, een geel shirtje en heeft een stoppelbaard van 2 dagen. Ik geef hem een hand. Zijn donkerbruine ogen kijken me niet aan maar staren naar de grond. Ik ga een beetje door de knieën om hem in zijn ogen aan te kijken in de hoop het ijs te breken. In een flits kijkt hij me aan en lacht vinnig waarna hij zich meteen omdraait en ons naar zijn auto brengt. Hij spreekt geen woord Engels maar met handgebaren maken we duidelijk dat we naar onze overnachtingsplek willen. Daar zullen we José Hendrix en Suren Karian ontmoeten die gisteren zijn aangekomen. In zijn rechterhand houdt hij zijn sjekkie tussen duim en wijsvinger en met z’n andere hand speelt hij voortdurend met zijn autosleutels. Een typische figuur waar je normaliter niet bij in de auto stapt.
 
 
We rijden door de grote straat die ons naar het centrum brengt. Door de golven in het wegdek lijkt de auto te dansen op het ritme van de Russische Jazz die uit de radio galmt. In een tweede poging het ijs te breken draai ik de volumeknop één tandje hoger waarmee ik instem met zijn muziekkeus. Hij lacht zegepralend en gaat wat meer onderuitgezakt in zijn stoel zitten. Links en rechts van de weg propagandeert de neonreclame van de tientallen casino’s langs de straat een verbazingwekkende rijkdom. De warme wind van de stad giert door het open raam als een massage in mijn gezicht. De sterrenhemel verlicht zich langzaam vanuit het oosten waardoor het Armeense schrift op verkeersborden en reclamezuilen verklappen dat we in de voormalige sovjet republiek Armenië zijn.

Een spannende reis, want ik weet weinig van het land, de mensen en de cultuur. Ingesloten tussen Azerbeidzjan, Turkije, Georgië en Iran is Armenië ook wel een vreemde eend in de bijt. Het land ligt in de Zuidelijke Kaukasus en is het eerste land ter wereld dat het christendom aannam als staatsreligie. Een niet praktische en ongeriefelijke positie wetende dat alle buurlanden vrome moslimgebieden zijn. Het land heeft in het verleden flink gestreden. Tegen Perzen, Arabieren, Turken en Mongolen vocht het zich onafhankelijk.
Totdat het uiteindelijk werd gegrepen door de Sovjet Unie. Achter het ijzeren gordijn floreerde de industrialisatie van Stalin.
Fabrieken en landbouwprojecten schoten als paddestoelen uit de grond en het land deelde en profiteerde mee van de economische groei in de toenmalige grootmacht. Tot de Sovjet Unie in elkaar stortte en Armenië abrupt werd afgesloten van Rusland. Fabrieken gingen dicht en de economie klapte in elkaar. Twee jaar daarvoor werd het land getroffen door een zware aardbeving waardoor duizenden mensen hun huizen verloren.
 
   
In dat zelfde jaar raakte het land in een oorlog met Azerbeidzjan over Nagorno-Karabach. Turkije en Azerbeidzjan blokkeerde de grens met Armenië waardoor het land definitief afgleed tot tweede slechtste economie ter wereld.
Vooralsnog is daar niets van te merken. De straat met de overdreven casino´s strekt zich kilometers lang uit. Het centrum kent een prachtig winkelcentrum, majestueuze gebouwen, kerken en prachtige pleinen met sierlijke waterpartijen. Alles is schoon en van armoede is werkelijk niets te bekennen.

Vijf dagen later wordt me alles wat duidelijker. We zijn in de noordelijk gelegen stad Vanadzor, de hoofdstad van de provincie Lori. Het stadje ligt in een vallei tussen de groene bergen in het noord oostelijk deel van het Armeens hoogland. Het stadje wordt gedomineerd door een grote leegstaande chemische fabriek die sinds de val van de muur geen functie meer heeft.
 
 
Buiten het centrum staan hoge verwaarloosde flatgebouwen met asbest daken dicht op elkaar gebouwd. De sfeer is grillig. Gasleidingen in roestige pijpen lopen bovengronds langs de wegen door de hele stad. Het is er stil. Verderop sleutelt een jongen aan zijn Lada en achter mij rennen een vijftal kinderen over het asfalt van de straten achter een bal aan.
 
Na de aardbeving heeft de overheid de mensen, die hun huizen verloren, containers aangeboden waar ze tijdelijk in konden leven. Door de slechte staat van de economie heeft de regering deze mensen nooit meer verder kunnen helpen. De stad is bezaaid met containerparken waar mensen al twee en twintig  jaar noodgedwongen leven. In de containers, die niet groter zijn dan zes bij twee meter leven gezinnen met soms wel zeven kinderen. Wanneer ik één van de containers binnenstap tref ik de vader van het gezin aan. In de langwerpige container zit de man bedrukt en neerslachtig  aan een tafel van plastic. Achter hem staat een provisorisch bed en voor hem een oude houten kast die tevens dienst doet als keuken. Na een ontmoedigend gesprek vraag ik hem wat zijn hoop is. Emotieloos en verslagen reageert hij resoluut ´Er is geen hoop´.

Dan valt er een lange stilte. De vader is zichtbaar lamgeslagen door de situatie. Hij probeert zich sterk te houden en slikt een paar maal. Een traan rolt over zijn wang naar beneden. Hij geneert zich en verdwijnt voor even achter een gordijn, dat de slaapkamer scheidt van het woongedeelte. Ondanks dat blijf ik filmen maar ikzelf krijg er ook geen woord meer uit. 
 
 
´s Middags sta ik op een open grasvlakte midden in de stad samen met Armeens vluchteling Suren Karian die ruim twintig jaar geleden de oorlog ontvluchtte naar Nederland. Ik sta met hem voor zijn ouderlijk huis, of althans, waar het ooit gestaan moet hebben. In 1988 lag deze stad in het episch centrum van de aardbeving.
´Ik was op dat moment niet thuis maar na de aardbeving stond hier niets meer overeind´, vertelt Suren. Hij kijkt verslagen naar de plek waar zijn huis ooit stond. ´Ik heb mijn familie na tien dagen teruggevonden onder het puin. Ze zijn allen overleden´.

Hij zucht en kijkt verward om zich heen. Hij wijst vervolgens naar een vier etage tellend leegstaand pand aan de overkant van de straat. ´Daar werkte ik vroeger tijdens de schoolvakanties en hier voor op straat speelden we in onze vrije tijd met andere kinderen´. Hij zucht diep en schudt met zijn hoofd. ´Nu is er niets meer, helemaal niets´.
Het is stil, zowel voor als achter de camera. Ik probeer stoïcijns door te filmen maar weet even niet goed hoe ik moet reageren op het verhaal van Suren. Enerzijds wil ik graag zijn verhaal zo goed mogelijk op film krijgen en anderzijds wil ik hem niet nog meer deprimeren.

´Ik heb hier niets meer, weet je´, vervolgt hij. ´Alleen de stichting zorgt ervoor dat ik hier in Armenië ben´. Vanuit Limburg steunt hij met stichting Rafael Armeense jongeren met het financieren van opleidingen.

´Ik wil iets terugdoen voor mijn land. Ik hoop dat Armenië er weer bovenop komt maar ik zou niet weten hoe… ik zou niet weten hoe…´ Hij draait zich met de rug naar de camera en kijkt naar beneden, zoekend naar antwoorden. Suren is trots op zijn geboorteland maar weet momenteel even niet meer waar hij ook alweer trots op was.

Toch zagen we de afgelopen vier dagen zijn liefde voor het land. We reden vanuit Yerevan over het oostelijke Armeens Plateau naar het noorden. Uitgestrekte groene velden waar de boeren te paard het vee drijven en de imkers aan de rand van de weg de bijen verzorgen. Een plattelandscultuur die ik zelden zo authentiek heb meegemaakt als hier.
 
 
De imker wuift ons naar zijn rijdende woonwagen die pal naast de dertig bijenkasten staat. De vrouw des huizes komt met een flinke schaal fruit, eigengemaakt brood en honing naar buiten en trakteert ons op de lokale lekkernij.
Op de heuvels staan de eeuwenoude Armeens-apostolische kerken die magisch uitkijken over de glooiende vergezichten. In de verte verschijnt de ruim vijfduizend meter hoge Ararat berg. Volgens de leer zou de ark van Noach op de heilige berg zijn geland na het zakken van het water van de zondvloed. Het is soms alsof ik door een sprookje reis. Een land waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Betoverend en authentiek. Dat was het land waar Suren de afgelopen dagen zo fier op was

Maar die liefde voor zijn land beleeft hij met diepe littekens uit het verleden. De opeenstapeling van gebeurtenissen die zijn land en bevolking hebben lamgeslagen en vertrapt. Het land dat door zijn ingesloten ligging en politieke complexiteit in de vergetelheid is geraakt. Dat heeft er voor gezorgd dat het haar unieke culturele authenticiteit heeft behouden maar ook de diepe wonden van het verleden die niet of nauwelijks kunnen helen.
 
Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN STG RAFAEL Ministerie van VWS