|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van L1-TV en COS Limburg een reis om de wereld op zoek naar de passie gedrevenheid en motivatie van Limburgers die elders in de wereld lokale initiatieve steunen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera. De documentairereeks "L1mburg Helpt" zal vanaf september 2012 wekelijks worden uitgezonden op L1-TV.
 
 
April 2012, Addis Abeba

Terug in de tijd van de Bijbelse verhalen.
 
Addis Abeba - De GPS geeft 4030 meter hoogte aan. In een vierwiel aangedreven jeep laat ik me meevoeren over de hoogvlakte van noordelijk Ethiopië. 75 miljoen jaar geleden duwde de magma de  aardkorst van het Afrikaanse kraton omhoog en werd dit land uit elkaar getrokken door de Afrikaanse Slenk tot een ongekend magisch landschap. Ten noorden van Gondar rijzen de duizelingwekkende canyons in de valleien omhoog. Zuidelijker op het hoog plateau strekken de geoogste geel gouden teff velden zich hemels uit tot aan de horizon. De opstijgende hitte projecteert dansende fata morgana´s in mijn lens. Vrouwen en ezels lopen over de velden met veel te zware pakken hooi. Aan de rand van het veld vullen de mannen zakken met gedroogde graanvruchten waarna het als een soort zuurdeeg tot de traditionele injera koeken wordt verwerkt. Langs de weg ligt een dood paard waar acht flinke gieren ongegeneerd vechten voor het lekkerste stukje vlees.
 
 
Ik registreer de taferelen die langzaam aan me voorbijtrekken. Na een flinke tijd rijden maken we een stop. Links van me zie ik een verzameling ronde hutjes van leem dat zich tegen een geelrode rotswand heeft gevestigd. De strodaken worden gepenetreerd door de rook afkomstig van het vuurtje midden in de hut waarop het eten of de koffie wordt klaargemaakt. Het is alsof ik in een tijdmachine ben gestapt die me terug heeft gezet in de periode van de tien geboden. Het enige wat in schril contrast staat met de beleving van de oudheid ben ik zelf. Ondanks dat lijkt het alsof ik onzichtbaar ben voor de omgeving. Het zware werk op het land gaat door en niemand lijkt mijn aanwezigheid op te merken. Ik beleef het alsof ik in een droom op me zelf neerkijk. Ik volg drie kleurrijke vrouwen door mijn zoeker. Met grote kannen van klei op hun rug sjokken ze door het gele veld naar de waterput iets verderop. Eén van de vrouwen ziet me staan en tikt haar mede waterdragers aan. Al grinnikend en loerend naar de westerling met zijn apparaat lopen ze verder. Het land raakt en fascineert me. Overdonderd door de schoonheid, de lachende zwarte gezichten en de puurheid van het landelijk bestaan. Het voelt alsof elk beeld wat ik maak een fragment is uit een geschiedenisverhaal zo’n 2000 jaar geleden wat ik nu zelf observeer.
 
Achter deze romantiek liggen de plagen van de bijbel op de loer. De geografische grootsheid van het land en de authenticiteit van de cultuur wordt vaak overschaduwd door droogtes in de valleien van de Afar-driehoek. Daarbij komen de conflicten met buurlanden Eritrea, Somalië en de kapitalistische corruptie van het land. Kleine boeren met bouwgrond worden vaak op brutale wijze van hun land beroofd door de overheid. Deze worden geleased aan binnen- en buitenlandse investeerders. De deals vullen veelal de geldbuidels van leiders en buitenlandse investeerders, de bevolking in armoede achterlatend.

Door het “land-lease”-programma is de Ethiopische bevolking steeds meer afhankelijk van de internationale voedselmarkt en haar prijsschommelingen.  Ethiopië prostitueert zich op de wereldmarkt en ziet grootschalige en industriële landbouw als enige redding voor de helft van de bevolking die nog in extreme armoede leeft. Door de explosieve bevolkingsgroei  is het misschien ook wel onmogelijk om iedereen in de toekomst hun eigen stukje land te geven om zelfvoorzienend te kunnen zijn.
 
 
Ziekenhuizen zijn schaars of liggen vaak te ver weg. Het ontbreekt aan gedegen infrastructuur waardoor zieken te laat of helemaal niet aankomen voor hulp. Het land kent een enorm aantal weeskinderen die hun ouders aan de gevolgen van de plagen zijn verloren. Ruim dertien procent van de kinderen in Ethiopië mist één of beide ouders. Ethiopië kent hiermee het hoogst aantal weeskinderen ter wereld. De overheid wil hier niets van weten omdat het zo snel mogelijk wil meedingen op de wereldhandel.

Het is de complexiteit van deze tijd. De authentieke oude culturen staan tegenover een harde internationale handel waarin geen ruimte is voor kraaltjes en potten van klei`.
 
Ik ben hier samen met schrijver/fotograaf David van Reen. Hij keert twee maal per jaar terug naar het stadje Lalibela, nog zo’n vijfhonderd kilometer van ons vandaan. Tien jaar geleden richtte zijn vader, samen met hem, stichting Lalibela op en sindsdien ontfermt hij zich over de honderden wezen in en rondom het gebied. Van Reen schrijft boeken en fotografeert mensen die de situatie in het land vertalen naar begrijpelijke romanverhalen of fraaie fotoboeken. Met een kladpapiertje op zijn schoot, zijn MP3 speler in z´n oren en de pen in aanslag laat hij zijn zintuigen prikkelen door de magie van het land. Na drie dagen reizen over het hooggebergte komen we aan in ‘zijn’ Lalibela.

In de vroege morgen staan we op een heuvel in het stadje. We hebben een ongekend panorama over de chaotische markt, met op de achtergrond de vallei met zijn majestueuze canyons. Duizenden mensen, koeien en ezels lopen door de chaos van de handel. Het ruikt er zelfs naar! Links en rechts van ons passeren ezels en vrouwen, bepakt met handelswaren op weg naar de markt beneden.
 
 
Voordat ik het überhaupt in de gaten heb worden David en ik door een vrouw in haar ronde lemen hutje getrokken. Met veel Amhaarse spraak en wilde handgebaren verwelkomt ze ons. Gelijkertijd stookt ze het vuurtje net voor de deuropening op waar ze op kookt. Ze blijft praten, soms met stemverheffing en emotie. Ze maakt Ethiopische koffie voor ons. In een ronde kom van klei, die in het midden van haar kleine hutje staat, stopt ze wierook en laat het smeulen. Het hele hutje vult zich met de penetrante rook. David zit op een stoel en ik lig door gebrek aan ruimte op haar bed het koffie ritueel te filmen.
 
Nadat ze de vers gestampte koffiebonen in de koffiekan heeft geschud komt ze naast David zitten. Haar stem wordt wat lichter en tranen rollen over haar wangen. Ze omhelst David.
Ik heb, na vijftien minuten,  nog steeds geen flauw idee waar ze het eigenlijk over heeft. David die in tegenstelling tot mij enkele zinnen Amhaars rijk is vertaald de emotie van het moment. “Tien jaar geleden kwam ik deze vrouw ergens in de stad tegen. Ze huilde”, vertelt David met grote ogen. “Haar hand zat gewikkeld in een smerige doek. Wat bleek? Een dronken man had kort daarvoor één van haar vingers afgebeten. Een reden daarvoor was er niet. Na een tijdje bij de vrouw te hebben gezeten vertelde ze me dat haar dochter van veertien jaar was verkracht door een wat oudere jongen. Het kind bleek zwanger te zijn gemaakt. Ze zat beduusd, angstig en ontregeld naast me en ik besloot haar op die dag  te helpen. We hebben haar dochter naar school kunnen sturen en gezorgd dat haar baby voldoende eten kreeg”.
Tien jaar later zijn David en ik in de bedwelmende rook van het koffieritueel getuige van haar ongekende blijdschap dat ze die dag geholpen werd. ”Hier heb je geen verzekering die de schade vergoed om naar een ziekenhuis te gaan”, vervolgt David. “En als je naar een ziekenhuis gaat zitten er consequenties aan dat je simpelweg minder of niets te eten hebt. Hier heb je geen betrouwbare politie waar jij je verhaal kunt doen, of slachtofferhulp. Je moet het alleen voor mekaar boksen.  
 
 
Na een straffe maar wonderlijke koffie lopen we bergopwaarts naar de beroemde rotskerken van Lalibela. Een complex van 11 monolithische kerken die begin 13e eeuw volledig uit de rotsen zijn gehouwen in opdracht van de toenmalige koning Lalibela. Hij liet de kerken uithouwen na een bezoek aan Jeruzalem. Ik wil de kerken in beeld brengen. Het orthodox geloof en de kerken drukken een belangrijke stempel op de Ethiopische cultuur.

Vijf jaar geleden heeft UNESCO de kerken uitgeroepen tot werelderfgoed. Ze bouwde er een groot entreegebouw en overkapte de rotskerken met grote witte platen die het wonder moeten beschermen tegen de regen.  Op het grote bord bij binnenkomst staat geschreven wat de entree bedraagt. “Voor het meebrengen van videocamera;  Onderhandelen” , zo staat geschreven. Ik ontkom er niet aan om aan de Ethiopische onderhandelingstafel te gaan zitten. Een kleine ruimte van vier bij drie meter. Aan het bureau zit een gezette man rond de vijftig met een donkere baard. Hij werkt voor de bisschop, die de leiding over deze kerken heeft. Getooid in een wit laken loert hij met een oog naar mijn camera en ontvangt me lachend en tandeloos. Rond zijn bureau staan nog vijf collega´s. Ik laat hem mijn officiële filmvergunning zien die ik van de overheid heb gekregen. Hij grinnikt en zegt: “Om hier te mogen filmen betaal je 300 US Dollar”.  En schuift de vergunning weer in mijn handen terug terwijl hij lachend naar zijn collega´s kijkt. Ik kijk hem verbaasd aan. “Nou ja zeg, dat betaal ik in Europa nog niet! Waar is het moraal van de kerk gebleven?” Ik probeer hem uit te leggen dat ik de overheid al heb betaald om overal te mogen filmen en de kerk mij daarin niet mag tegenhouden. En alsof de bliksem op hem inslaat spreekt hij ineens geen woord Engels meer en gaat in het Amhaars verder. Kwaad loop ik zijn kantoor uit waarop hij vervolgens achter me aan komt. “ Oké, meneer, 200 US Dollar. Ik negeer hem en stap de jeep in. We rijden het stadje uit op zoek naar andere kerken.

Ik ben teleurgesteld. Ik weet dat Ethiopië zo snel mogelijk geld wil verdienen. Ik gun het ze ook. Ik hoop dat het land er zo snel mogelijk bovenop komt, dat het industrialiseert naar wat het zo graag wil. Maar wat me wanhopig maakt is dat eeuwenoude culturen te snel worden weggevaagd door commerciële en industriële belangen, terwijl het fundament nog wankelt op zijn basis.
   
Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN STG LALIBELA Ministerie van VWS