|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
Mei 2011, Mali

Potje creme verdrijft waanrituelen en boze geesten
 
Bamako – Het is klokslag half vier in de morgen wanneer ik niet al te subtiel word wakker geschreeuwd door de moskee op nog geen veertig meter van ons vandaan. Aan de toren hangen vier flinke megafoons opgesteld naar alle windrichtingen, die de boodschapper in de toren nogal overstuurd versterken. De aanzet van de eerste klinker in het gezang komt zo ongekend hard binnen in mijn slaap dat ik in een fractie van nog geen halve seconde zwetend rechtop zit. Fotograaf Jan Janssen en ik slapen beiden op het dak van een huis ergens in de hoofdstad van Mali; Bamako. Dat vonden we gisteravond het beste plan. De beklemmende warmte van de woestijn maakte het slapen binnen vier muren voor de eerste nacht ondraaglijk. Het was gisteren om elf uur 's avonds nog 37 graden en het dak bleek ons een goede acclimatiserende nachtrust te bieden. We waren gewaarschuwd voor het vroege moskeegeluid. Maar dat we op vrijwel gelijke hoogte van de megafoons sliepen wisten we niet. Het scherpe geluid gaat door merg en been.

Na een poos tikt mijn hart weer het normale ritme en val ik uiteindelijk na twintig minuten weer in slaap. Slechts tien minuten, om precies te zijn. De Imam blijkt consequent om het half uur zijn kunstjes te herhalen. Reden dat ik kwart over vier 's morgens op het dak al in mijn dagboek schrijf.
 
 
De zwarte hemel kleurt langzaam licht blauw en niet heel veel later draait het Afrikaanse continent zich volledig naar de zon. Ik zit op het randje van het dak. Links en rechts heb ik zicht over de vele daken waar de ijzeren bewapening vijandelijk uit de daken steekt. Achter me ontpoppen de schimmen van de religieuze toren zich langzaam tot een prachtig geelbruine moskee. Voor mij heb ik zicht op de steeds lichter wordende rode zandweg. Kleurrijk geklede vrouwen lopen met emmers water op hun hoofd over de stoffige weg. Een groepje kinderen loopt in strak gestreken uniform naar school, op de hoek van de straat opent zich een fruitkraampje en af en toe passeert een volgeladen ezelskar met mango's door de straat. Een nieuwe dag in Bamako is begonnen. Het is inmiddels zeven uur in de ochtend en de zon brandt al heftig op mijn huid. Na mijn camera geïnstalleerd te hebben smeer ik me in met een flinke laag zonnebrandcrème en een dubbele portie muggenspray eroverheen .Het voelt alsof ik in een pot honing ben gevallen maar dit relatieve ongemak beschermd me in ieder geval tegen het extreme klimaat en ongedierte van de Sahara.
 
Onze missie in Mali is om een constructief verhaal te verfilmen over het belang van zonnebrandcrème voor albino's in Afrika. Albino's zijn mensen die door het ontbreken van het pigment melanine op huid, haar en irissen van ogen extreem gevoelig zijn voor zon. Daardoor zijn ze extreem vatbaar voor infecties en huidkanker. Albinisme komt in Afrika meer voor dan waar ook, ongeveer 1 op de 4.000. De Stichting Afrikaanse Albino's heeft, na jarenlang potjes zonnecrème te hebben opgestuurd, een formule ontwikkeld waar de lokale bevolking zelf hun eigen crème mee kan maken. Daar het bij ons in de winkels wordt verkocht voor ruim vijftien euro per flesje heeft de stichting in samenwerking met het AMC Amsterdam alle overbodige ingrediënten weggelaten. Een mix van UV-A, UV-B en vaseline waar men nog geen euro voor betaald resulteert in een zonnebrandcrème met factor dertig. Dat relaas hoor ik van de Nederlandse vrijwilligster Corry van Zelm. Zij heeft in vijf maanden tijd een lokale productie van zonnebrandcrème weten op te zetten met een aantal Malinese albino's.
 
 
We staan momenteel in het laboratorium van een groot dermatologisch instituut, nabij het centrum van Bamako, waar de productie is ontwikkeld. Het lab is niet meer dan een kleine, met witte tegels bedekte, ruimte met in de lengte een keukenblok. Op het blok staat een fornuis waarop een dertig liter pot met daarin gesmolten vaseline staat te sudderen. De twee Albino’s Ousmane en Joseph, beiden in een lange witte doktersjas en een wit mondkapje voor de mond, staan coöperatief voor de kookpot. Ousmane schudt langzaam de UV-A in de pot waarna Joseph geleidelijk met een grote houten lepel het goedje vermengd tot solide pudding. Na nog geen twee uurtjes in het lab te hebben gewerkt is de koelbox tot bijna aan de rand toe gevuld met potjes eigen zonnebrandcrème. Deze eigengemaakte crème wordt vervolgens gratis gedistribueerd tijdens een bijeenkomst bij het huis van Aicha onder de aanwezige albino’s. Zelf is Aicha ook albino en ontfermt zich over haar medelotgenoten in Bamako. Zij zal uiteindelijk het productieproces van de zonnecrème volledig gaan overnemen. Door het gebruik van het zalfje is de huid van een albino beschermd tegen verbrandingen, infecties en uiteindelijk huidkanker. Dat is ook duidelijk te zien tijdens de bijeenkomst. De meeste albino’s zien er prima uit. Enkel de anatomie van het gezicht verraadt hun Afrikaanse afkomst en de knijpende ogen tegen het felle licht laat zien dat het pigment in ogen niet aanwezig is. Aicha maakt hen tijdens de bijeenkomst bewust van de gevaren onder de evenaar en hoe men het zalfje moet aanbrengen. Tevens worden er zonnebrillen uitgedeeld die als donatie zijn binnengekomen. Simpel maar zeer doeltreffend.
 
 
Aangezien een hoofdstad nooit het hele verhaal van een land vertelt besluiten we de stad te verlaten en het binnenland in te gaan. Op zoek naar de verhalen uit de dorpen. Zoekend naar het antwoord of een simpele zonnebrandcrème niet alleen medisch een oplossing is maar ook maatschappelijk iets bijdraagt aan de discriminatie en vooroordelen van albinisme.
 
 
Twee dagen later staan we 300 kilometer oostelijker waar ik het normale leven in de dorpen wil portretteren. Ik heb een plekje uitgezocht onder een flinke boom als bescherming tegen de brandende zon. Zelfs in de schaduw meet ik een temperatuur van 43 graden en het opstuivende zand kleeft zich vast op mijn, met zonnecrème en muggenspray ingesmeerde huid. Het zweet sijpelt nogal onprettig op de kleffe smurrie naar beneden en mijn hemd zuigt zich meer en meer vacuüm op mijn rug. Desondanks voel ik me supergoed. Het beeld is adembenemend. Zover het oog van de camera registreert zie ik de droge rode zandvlaktes. Hier en daar staat een kolossale boom eenzaam in de zomerzon. Het late daglicht zorgt voor een prachtig strijklicht op de kleine nederzetting midden in de woestenij. Een tiental lemen hutjes gestukadoord met de uitwerpselen van ezels en koeien zijn omringd door een anderhalve meter hoge roodbruine muur van hetzelfde materiaal. Net voor de horizon baant zich een zandweg waar een ezelskar dient als lokale taxi. Voorop de houten kar zit de bestuurder met een gemene tak de ezel mentaal en fysiek op te zwepen. De tweewielige kar vervoert 10 vrouwen. Hun fel blauw of groene kledij steekt prachtig af tegen het roodbruin stoffig decor. De wielen van de kar en de galopperende ezels verspreiden een summiere stofwolk die na enkele seconden weer op exact dezelfde plek naar beneden valt. Er is geen briesje wind te bekennen. Ver aan de horizon loopt een herder achter een twintigtal magere koeien die in een gestructureerde rij achter elkaar richting het dorp worden gedirigeerd. Dat prachtig totaalbeeld wordt na 30 minuten verstoord door de kinderen uit het dorp die ons al een tijdje afwachtend zaten te observeren. Zeker zestig nieuwsgierige ogen staan momenteel pal voor mijn lens en de groep kinderen lijkt mij langzaam in te sluiten. Ik kijk, enigszins gefrustreerd over de Afrikaanse kopjes, naar het mooie plaatje wat ik met geen mogelijkheid meer in mijn kader krijg. Fotograaf Jan Janssen daarentegen profiteert van het moment om de ongelooflijk mooie kindergezichten op de plaat te krijgen.
 
 
We zijn uitgenodigd in één van de dorpjes waar enkele albino's zijn samengekomen om hun verhaal te doen. Zeker vijftien albino's zitten ons al op te wachten in de schaduw van een gammel paalhutje. De situatie van albino's in deze dorpen is aanzienlijk schrijnender. Dat is duidelijk te zien aan de ernstige verbrandingen op hun gezicht. Tevens zijn gezichtshuid en armen behoorlijk getekend door donkerbruine plekken die uiteindelijk kunnen lijden tot huidkanker. In tegenstelling tot de albino's in de stad, die over het algemeen een gave witte huid hebben door zorgvuldig gebruik van zonnebrand, zien we hier het tegenovergestelde. Door ontstekingen en infecties die zijn opgelopen door verbranding van de zon zijn sommige gezichten tragisch verminkt voor het leven. Het grote probleem, zo leren we, is dat men in de dorpen simpelweg niet weet wat albinisme is.
 
Diverse traditionele natuurgenezers in Afrika zijn er van overtuigd dat men van diverse lichaamsdelen, stukjes haar of ingewanden van albino’s magische drankjes kunnen maken. Deze drankjes zijn goed om voorspoed en geluk te geven aan hen die het nodig hebben.
Deze gedachte is gebaseerd op een meer complexere mix van het nieuwe geloof en de Afrikaanse authentieke natuurreligies. Door de komst van het nieuwe geloof (de islam na de 7de eeuw en het katholicisme tijdens de koloniale bezetting)  is er in de Afrikaanse dorpen een gevaarlijke mix ontstaan van beiden religies. In de authentieke natuurreligie is men geneigd afwijkende gebeurtenissen toe te schrijven aan bijzondere krachten. Priesters van de traditionele religie wordt gevraagd de oorzaak en de aanleiding te achterhalen. In de oorsprong zijn het werkende systemen, die in het verleden een gemeenschap diende en hielp bij overleven. In deze tijden zijn de traditionele systemen uit hun functionaliteit getrokken en kunnen sektes tot extremen komen.

Vanuit deze oorsprong worden de barbaarse rituelen blindelings door de bevolking aangenomen. De macht van het geloof is zo groot dat niet de regering maar de religieuze personen de wetten bepalen in de dorpen. Daar komt nog eens bij de uitzichtloosheid van de armoede waarin mensen tot alles toe in staat zijn om te overleven. Zelfs jacht maken op ledenmaten van albino’s! Religieuze natuurgenezers belonen de ‘jagers’ al vlug met 3000 dollar.
 
 
De meeste albino's in het dorp waar wij momenteel zijn komen niet of nauwelijks buiten hun huis. Uit angst voor de klopjacht die gaande is. Vrouwen die albino's baren worden niet zelden verbannen uit de dorpen omdat men denkt dat dit een teken is van de goden en het dorp niet meer veilig is door hun aanwezigheid. Je hoeft geen expert te zijn om de angst en wanhoop in hun ogen te zien. Dit is pijnlijk en ontmoedigend en het kost me dan ook moeite om te blijven filmen. Het liefst zou ik meepraten, vechten en oplossingen bedenken maar vestig de hoop dat de film die ik maak zal bijdragen aan meer begrip en het wegnemen van de vooroordelen.    

's Avonds komen we aan bij onze overnachtingsplek welke pal aan de groene oever van de brede Niger rivier ligt. Mijn gedachten blijven steken bij de angstige ogen die me vanmiddag confronteerde. Ik probeer het me voor te stellen hoe het moet zijn om als albino te moeten overleven in de afgelegen dorpen. Buiten het gebrek aan eigenwaarde, het voortdurende fysieke gevecht tegen de zon, het onbegrip van een gemeenschap leef je altijd met de angst dat er een jacht op je gaande is. Er staat een hoog bedrag op je ledematen en het leven in grote armoede leert je dat dorpsgenoten, buren en zelfs je broer je verraden kunnen. Geld drijft mensen in deze situatie tot absolute waanzin. Je durft je hutje niet uit te komen maar weet dat je voor het eten van morgen op pad moet gaan. Je moet naar de markt of naar het land om te werken maar weet nooit zeker of je terug zult komen. Hoe sterk moet je zijn om je hier doorheen te vechten? Je staat er in de meeste gevallen helemaal alleen voor en niemand om je heen die af en toe een arm om je heen zal slaan met de woorden. Het komt goed.
 
De volgende ochtend krijgen we via een dorpeling te horen dat er in een dorp verder enkele maanden geleden een vrouw is bevallen van een tweeling waarvan er eentje een Albino blijkt te zijn. Een opmerkelijk verhaal wat we graag willen zien en horen. In het dorpje waar we binnenrijden staan niet meer dan tien lemen hutjes met in het midden een grote waterput. De ezel op de binnenplaats verraadt al balkend onze komst. De moeder van de meisjestweeling wast haar drie maanden oude albinomeisje in een tobbe van zink. Oma van de tweeling bekommert zich onder het stro afdak over het andere kindje. Wat me direct opvalt is hoe gaaf de huid van het albinomeisje er uit ziet. Geen donkere plekken, verbrandingen of ontstekingen maar een gezond uitziende albinobaby. De moeder pakt haar kind uit de wastobbe om af te drogen en ziet ons aankomen. Oma legt de andere dochter op haar andere arm. Glunderend presenteert ze haar twee dochters aan ons. Ondanks het feit dat de gemeenschap er nog een beetje vreemd op reageert is zij gelukkig met haar twee gezonde kinderen.
 
Anderhalve maand geleden had haar albinodochter beginnende donkere vlekken op haar huid. Moeder wist er geen raad mee. Uiteindelijk kreeg ze van een bevriende albino te horen kreeg dat het met zonnecrème te verhelpen is, zo vertelt ze. Nu, zes weken later, zijn de vlekken verdwenen.
 
Het antwoord op mijn vraag of zonnebrand ook maatschappelijk iets bijdraagt aan de discriminatie en vooroordelen van albinisme wordt langzamerhand beantwoord. Het is niet de directe oplossing maar een hele gemeenschap is wel getuige dat Albino’s, die eerst donkere plekken hadden maar door het gebruik van crème er nu zoveel beter uit gaan zien. Dat ze meer eigenwaarde ontwikkelen en zelf bewust worden dat het albinisme slechts een medische afwijking is. Langzaam maar zeker verdrijft het potje crème van nog geen dollar op wetenschappelijke wijze de waanrituelen van de natuurgenezers en de gelovigheid van een gemeenschap. Al kost het tijd.

Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN STG. AFRIKAANSE ALBINO'S Ministerie van VWS