|
|
|
|
|
 
 
 
Foto: Ronald Kohnen
 
Loerende cowboys.
 
Er zwemmen zo'n vijftien koeien in de rivier. Van de ene naar de andere kant, alsof ze het dagelijks doen. Nog minstens vijftig staan er te wachten om diezelfde tocht te maken. Op het land worden ze door drie mannen te paard naar de oever gedreven. Een van de runderen wil de dans ontspringen. De mannen werpen gelijktijdig hun lasso uit. Precies om de hoorns van het beest waarmee het weer in het gareel van de kudde wordt getrokken. Twee honden aan de oever blaffen de beesten nogal onvriendelijk de rivier in. Enkele dorpslui in houten kano's jagen de zwemmende kudde door de flinke stroming naar het dorp El Rama aan de overkant. Het dorp met vijftigduizend inwoners ligt in de gelijknamige provincie van Nicaragua. Pal aan de Escondido river, die zich bij het dorp opsplitst in twee andere rivieren: de Sumi en Rama. Ik dacht dat ze niet meer bestonden, cowboys. Stoere mannen met leren laarzen, spijkerbroek, blouse en een vilten hoed, zoals de noord Amerikaanse cowboys uit de negentiende eeuw. Hier bepalen ze grotendeels nog het straatbeeld. Ze rijden in pick-up trucks, te paard of laten zich vervoeren in Tuk Tuks of per fietstaxi. Voor me staan er twee, leunend tegen een muur, met elkaar te praten. Een van hen laat zijn laarzen boenen door een jong schoenenpoetsertje die vervolgens van de cowboy een paar muntjes naar zich toegeworpen krijgt.

Na zonsondergang stappen we een kleine kroeg binnen. Ik wil een avondscene filmen wanneer de werkers met elkaar de dag afsluiten. De rokerige kroeg is niet groot. Misschien vier bij vijf meter. Met onze eerste stap binnen worden we observerend aangekeken. Eerst door de vier cowboys aan de linkertafel en niet veel later door alle twaalf aanwezige kroeggasten. We knikken beleefd en lopen ietwat onzeker naar een kleine houten tafel verderop. Het is stil in de kroeg. Geen muziek, enkel wat geroezemoes. De ogen blijven op ons gericht en af en toe wordt er luidkeels gelachen aan een van de tafels. Een vrouw loopt aan ons voorbij naar een stoffige jukebox die tegen de groen geverfde muur staat. Ze kiest een plaat waarop de overstuurde tex-mex muziek de ongemakkelijke stilte doorbreekt. We gaan zitten en ik kijk een van de cowboys aan. Ik knik naar hem en maak een gebaar dat me de muziekkeuze bevalt. Hij knikt onberoerd terug. Ik krijg geen hoogte van de sfeer. Geen flauw idee hoe de gasten zullen reageren wanneer ik mijn camera opzet en ga filmen. Gelukkig zit ik hier niet alleen.

Ik ben hier met mijn tijdelijke assistent Ronald Kohnen en Ger Houben van stichting RaMa. De stichting die de stedenband tussen Maastricht en El Rama onderhoud. Aanvankelijk dacht ik in een verhaal terecht te komen dat wordt gerund door stroperige ambtenaren. Mannen in pak die niet meer doen dan in kantoorruimtes uren schrijven. Een stedenband doet het immers altijd goed op een stedelijk CV-tje. Niets was minder waar. Ger trok ons van het ene avontuur in het andere.

Twee dagen geleden begon het, in de steengroeve van de stad. Veel kinderen worden door aanhoudende armoede gedwongen mee te werken. Educatie is voor de ouders vaak geen prioriteit. Er moet brood op de plank komen, vanavond nog! Een diploma over zes jaar doet dat niet. Wie dan leeft die dan zorgt! De flinke stenen, die men handmatig uit het gebergte hakt, worden voor de armoedige hutjes van de families tot kleine stenen geslagen. RaMa zet zich onder andere in om de bewoners van de groeve bewust te maken van het belang van onderwijs voor kinderen. Ger neemt ons mee naar verafgelegen boertjes. Met de kano over de rivier, in de bak van de vrachtwagen en uren lopend door de natgeregende paden van de buitengebieden. Ger baant zich, samen met zijn contactpersoon Oniel, als een echte lokale koeienjongen een weg door de grote uitdagingen die de stad nog heeft. Ger is een nuchtere en grote man die alleen zijn cowboyhoed nog mist om volledig te worden opgenomen in de gemeenschap. Dat stelt gerust want alleen in deze kroeg zitten zou wel eens vervelend kunnen eindigen.

Het is alsof we in een slechte western scene zitten. Onder de vilten hoeden door blijven de ogen naar ons loeren. Alsof ze ons beoordelen of we goed of slecht volk zijn. Ronald herkent de poetsvrouw van onze verblijfplaats. Ze zit tegenover ons. Hij loopt naar haar toe en nodigt haar uit om te dansen. De achterdochtig loerende cowboys grinniken met zijn actie. Ik pak mijn camera en begin Ronald te filmen. Langzaam draai ik mijn camera naar de cowboys. Even kijken ze verbaasd op maar blijken zich er snel in te berusten. Ik kijk boven mijn camera naar de mannen, wijs richting Ronald en lach. De mannen lachen mee. Eindelijk. Het ijs is gebroken, ik kan het dorpje aan!
 
Marijn Poels | Bekijk fragment achter de schermen
 
 
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van L1-TV en stichting Omroep Limburg een zevendelige documentairereeks. Een reis om de wereld op zoek naar de passie gedrevenheid en motivatie van Limburgers die elders in de wereld lokale initiatieve steunen.

Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera. De documentairereeks "L1mburg Helpt [3]" zal vanaf mei 2015 wekelijks worden uitgezonden op L1-TV.