|
|
|
|
|
 
 
 
 
Filmmaker Marijn Poels maakt in opdracht van COS Flevoland en Omroep Flevoland een reis om de wereld op zoek naar de acht grootste wereldproblemen. Op avontuurlijke, toegankelijke en soms indringende wijze brengt hij het werk van diverse organisaties in beeld, portretteert hij lokale bevolking en de hoop uit de derde wereld landen. Hij houdt een dagboek bij en beschrijft op filmische wijze zijn belevingen vanachter de camera.
 
 
Oktober 2011, Freetown

Bevallen met de bijbel tussen de struiken.
 
Sierra Leone – In Makeni, een stadje in het Bombali district van Siërra Leone op zo’n 200 kilometer van de hoofdstad Freetown vandaan, krijg ik één foto onder ogen van een wel heel ongerijmd beeld. Het betreft een tweeling die veertien dagen geleden geboren is in een afgelegen dorpje buiten het district. De gezond ogende tweeling ligt warm naast elkaar op de grond onder enkele lakens gestopt naast de levensloze moeder. Zij is net na de bevalling overleden. De vrouw, midden twintig, is van voet tot hoofd gewikkeld als een mummie in een wit laken. Enkel haar neus, mond en ogen zijn nog zichtbaar. Aan de andere kant staat een sobere doodskist klaar voor haar vertrek.
 
 
Een net zo’n schrijnend beeld volgt wanneer de man van de overleden moeder en vader van de tweeling binnenkomt in het tehuis van zuster Mary waar ik momenteel te gast ben. Een Indiase non die zich ontfermt over kinderen waarvan de moeder tijdens of na de bevalling is overleden. Met een verslagen blik neemt de vader plaats op het houten bankje voor ons. Eén van de tweeling draagt hij op zijn arm. Zijn schoonzus, die bij hem is draagt de andere baby. De woorden gefeliciteerd en gecondoleerd spoken als een slechte antoniem door mijn hoofd realiserend dat een zwijgende groet bij deze bizarre ontmoeting het meest gepast zal zijn.

Het zijn geen uitzonderlijke verhalen, vertelt zuster Mary aan de Nederlandse verloskundige Carla Belonje met wie ik meereis. Maar liefst één op de acht vrouwen in Siërra Leone sterft tijdens of na de bevalling door gebrek aan deskundigheid of zelfs geen begeleiding. Veel dorpen wonen afgesloten van de buitenwereld en daarom worden bevallingen begeleid door traditionele vroedvrouwen. Lokale verloskundigen zonder officiële opleiding, die hun vaardigheden hebben geleerd uit overlevering. Zwangere vrouwen bevallen veelal in kleine lemen hutjes waarin de traditionele vroedvrouw haar werk doet zonder telefoon, vervoer, medicijnen of salaris. Met haar bloten handen, wat kruiden en de bijbel staat ze er alleen voor. Wanneer er dan complicaties optreden zoals bloedingen of infecties is het vaak te laat om gedegen hulp in te schakelen, met alle gevolgen van dien. Dat resulteert in het feit dat Siërra Leone de op één na hoogste moedersterfte ter wereld kent. Eén op de acht vrouwen overlijdt hier ten gevolgen van de bevalling.
 
In het tehuis van zuster Mary wikkelt de vader zijn kind uit het laken om het te laten zien aan één van de medewerksters. Het anderhalf kilo wegend wezentje is vel over been. Zijn huidje zit vol lelijke infecties. De afgelopen veertien dagen is het enkel gevoed met water door gebrek aan moedermelk. De wijze waarop de vader onze verbeten reacties incasseert is werkelijk afschuwelijk. Machteloos en totaal verscheurd door de situatie haalt hij zijn schouders op waarmee hij lijkt te zeggen; “Ik weet het niet… Wat moet ik doen?” Zijn leven is twee weken geleden veranderd van een moeilijk bestaan naar een bijna onmogelijk bestaan. Twee derde van de bevolking in Siërra Leone leeft onder de armoedegrens waarin de meeste gezinnen niet of nauwelijks marges hebben om zulke problemen te overwinnen.
 
 
In het opvangtehuis krijgen we de officiële overlijdensaktes onder ogen van de vrouwen die zijn overleden ten gevolgen van de bevalling. Het zijn behoorlijke stapels. In tegenstelling tot de verhalen die we twee dagen eerder hoorden in de dorpen. Daar waren we uitgenodigd bij een aantal traditionele verloskundigen. Alleen al de weg er naar toe maakte ons bewust dat een hoogzwangere vrouw onmogelijk tijdig in het stadje Makeni kan aankomen om te bevallen. De kilometers lange rode zandwegen zitten vol diepe kuilen en de regen maakt de route voor zelfs een niet zwangere tot een pijnlijke en lastige rit.

We komen aan in een klein dorpje bij de traditionele verloskundige. Een vrouw rond de zestig jaar. Ze is wonderlijk uitgedost, alsof ze wist van onze komst. Getooid in een lichtblauw kleed met om haar hals een ketting van felgekleurde houten kralen en op haar hoofd een prachtige paarse shawl .Ze woont in een stenen hut. Daar vinden de bevallingen plaats in een klein donkere ruimte zonder elektriciteit of hulpmiddelen.
 
Tijdens de elf jarige burgeroorlog waarin majoor Koroma vanaf 1996 samen met de RUF en het AFRC  het schrikbewind 'No Living Thing' uitvoerde over Siërra Leone is zij gevlucht naar dit dorpje. Daar is ze ondanks de nog aanwezige risico’s blijven werken. Maar liefst dertig jaar helpt zij zwangere vrouwen in deze regio. Een traditionele vroedvrouw staat hoog in aanzien. Een bevalling is voor de Afrikaanse gemeenschap een gebeurtenis vol psychisch en religieus gevaar. De traditionele vroedvrouw functioneert als vertrouwelinge.  Zij is in staat de angsten van de kraamvrouw te verzachten en een sfeer van bescherming en veiligheid te creëren.

Een kliniek is daarentegen iets waar de entourage voor de dorpsvrouwen koud en beangstigend voelt. Dat aanwezige gevoel overheerst meer dan de grotere medische veiligheid van een ziekenhuis. De meeste kraamvrouwen hebben een groot vertrouwen met de psychische ondersteuning van de traditionele vroedvrouw, welke grote invloed kan hebben op het verloop van de bevalling.
 

 
Ondanks de betrokkenheid en het ambacht van de vroedvrouw is het logisch dat het bij het optreden van complicaties moeilijk wordt en een gebed of gezang dan niet bepaald effectief zal zijn. Toch vertelt de verloskundige, enigszins ongeloofwaardig, dat ze nog nooit een moeder is verloren tijdens de bevalling.
 
We rijden weer terug over de ruwe zandwegen richting Makeni. Het landschap is groen en glooiend. Links en rechts passeren we primitieve dorpjes omringd door groen glooiende akkers. De zon breekt door de wolken en geeft een theatrale belichting op een rotsachtig gebergte zo’n tweehonderd meter van de zandweg af. We besluiten om naar de rots te lopen om van af daar een mooi panorama te filmen. Eenmaal op de bruine rots krijg ik een totaalbeeld van de glooiende velden met op de achtergrond de authentieke lemen hutjes van stro en mest. Hier en daar werkt een man of vrouw op het veld. Links in de zoeker trekt een kudde geiten richting horizon. Dan focus ik op een hoogzwangere vrouw die op het veld hout aan het sprokkelen is. Ook Carla heeft haar opgemerkt en we lopen naar haar toe. We schatten haar twee en twintig jaar, zelf weet ze het niet. Ze is zwanger van haar zesde kind. Van de vijf kinderen heeft ze er al drie verloren. Haar tweede kind is in de rimboe ter wereld gekomen, laat ze ons weten. Ze was aan het werken op het veld toen ze haar weeën kreeg. Er was niemand in de buurt en haar hutje was te ver weg om nog op tijd daar te komen. Ze beviel tussen de struiken van haar tweede kind. Of het kind nog leeft wordt ons niet duidelijk maar het staat vast dat het leven van een zwangere vrouw in de binnenlanden van Siërra Leone een Russisch roulette voor moeder en kind is.

Ik denk terug aan het voorjaar toen er in de wingerd bij mijn huis een vogel zijn nestje had gemaakt. Daar broedde ze vervolgens zes jonge vogeltjes uit en drie weken later waren het slechts twee vogeltjes die het kraamnest levend uitvlogen. De dierenwereld is hard maar authentiek tegelijk. Zo ook Afrika waar een bevalling zo dicht op die natuurlijke authenticiteit staat dat men hier niet te lang stil kan staan bij datgene wat ze hebben verloren. De bevolking concentreert zich meer op de vraag hoe er mee om te gaan. Dat neemt niet weg dat de menselijke emoties hier minder zijn dan die van ons. Al zal een dorpsbewoner hier nooit babyborrels organiseren en kaartjes versturen.
 
 
Het blijft me fascineren. Die oerkracht van de mens om te overleven. Geen tijd om in een slachtofferrol te blijven zitten, omdat er vanavond toch eten moet zijn voor je gezin. Niemand die tegen een net bevallen vrouw zegt, blijf maar eens een weekje thuis om aan te sterken. Geen ziektewet die je zwangerschapsverlof geeft maar een natuurwet die je keihard dwingt door te gaan met het leven. Ik voel me klein zo dicht op de strenge wetten van moeder natuur.

De zwangere vrouw tilt, na ons gesprek, sierlijk de flinke bos takken weer op haar hoofd en loopt de rimboe in. We blijven haar zwijgend en onthutst nakijken totdat ze in het groen verdwijnt.
 
’s Avonds overnachten we in een voormalig klooster die zijn functie in de tand des tijd niet heeft doorstaan. Er is nu een sober hotel in gevestigd. Bij het klooster wordt een school voor dove kinderen gerund door een groepje Ierse oude nonnen die zich op deze manier nog dienstbaar maken. Het geld wat ze met het hotelletje verdienen gaat regelrecht naar de dovenschool.  Des te pijnlijker is het dat ik geen rode cent meer op zak heb en onze chauffeur en hotel nog moet betalen en de meeste banken in het land niet bepaald goed samenwerken met de Europese banken. Desondanks sta ik vol goede moed ´s morgens voor een degelijk uitziende bank. Binnen is het een drukste van jewelste. Er staan wel honderd mensen voor een grote donkerhouten balie die weer is opgedeeld in zes sectoren. Achter het glas van de balie zitten de bankiers met links en rechts van hun flinke stapels geldbiljetten. De één slaat de stempels, de andere zet handtekeningen en nog een ander telt het geld waarna de vierde persoon naar zijn leidinggevende gaat die uiteindelijk een telefoontje pleegt naar mijn bank in Europa. Die hele ronde stempels, handtekeningen, goedkeuringen en telefoontjes plegen, wordt in totaal vijf maal herhaald. De voorstelling duurt twee uur waarna ik ongemerkt mijn slechte geweten van gisteravond kan afbetalen aan de zusters en de chauffeur.
 
Nog geen twaalf uur later verblijf ik in het hospitaal van Freetown waar een vrouw al anderhalve dag bezig is met bevallen van haar eerste kind. Ze ligt op een brancard in een, met witte tegels beklede, ruimte. Het kind wil niet indalen en de moeder is doodvermoeid. Haar lichaam trilt en golft over de brancard als een slangenmens. Ze heeft pijn, heel veel pijn. De man van de vrouw is nergens te bekennen. Enkel de moeder van de hoogzwangere loopt zenuwachtig door de gangen van het ziekenhuis. Af en toe gluurt ze angstig door de deurkier waarna ze nog zenuwachtiger haar rondjes continueert. Ik weet niet waar mijn plaats in deze situatie is. Blijf ik filmen of kan ik misschien assisteren? Ik wil graag een geslaagde bevalling op film, een sterfte trek ik niet. Ik besluit het vertrouwen te leggen in Gladys Johnson. Een verloskundige van het ziekenhuis, en tevens twinsister van Carla Balonje. Zij heeft vanuit Sierra Leone contact per internet met Carla om ideeën uit te wisselen vanuit een uitwisselingsproject van de stichting ‘Midwifes For Mothers’. Met deze twee verloskundigen moet het goed komen en zal ik als filmmaker de laatste zijn die hier iets betekenen kan.
Na twee uurtjes wordt er toch besloten een keizersnede te doen. De vrouw wordt naar een operatiezaal gereden, krijgt een ruggenprik en de gynaecoloog doet bijzonder zorgzaam haar werk. Ik heb een prachtig totaalbeeld van de operatiekamer. Een mannelijke doktersassistent stelt de vrouw zorgzaam gerust door haar hand vast te houden. Gladys assisteert de gynaecoloog die met haar rug naar mij staat te werken. En dat is misschien maar goed ook want de bebloede mesjes en apparaten die ze naast haar neerlegt zien er niet bepaald kijkervriendelijk uit.
 
Nog geen tien minuten later haalt ze de boreling uit de moeder en geeft de baby door aan Gladys. Het kind reageert niet. De stroom is uitgevallen. Met een klassieke mond op mond beademing wordt geprobeerd het wezentje op gang te helpen. Het duurt lang en net op het moment dat ik mijn hoop begin te verliezen wordt het opgepakt aan de benen. Na enkele flinke klappen op de voetzool komt de kleine al stotterend op gang. Opgelucht haal ik adem. Na het intiem en intens stukje film loop ik terug door de gang. De inmiddels oma geworden moeder van de kraamvrouw staat te popelen om het kind te zien. Ze heeft tranen in haar ogen. Ik groet haar met een geruststellende lach en loop verder.

Nu besef ik pas de grote uitdaging om moedersterfte aan te pakken en hoe lastig het is om de hoge cijfers naar beneden te krijgen. Het negeren van traditionele verloskundigen is niet de oplossing van het probleem aangezien zij een prominente rol spelen binnen de gemeenschap. Ze zijn niet alleen verloskundigen in het dorp maar ook de vertrouwenspersoon. Zo wordt gezien als een wijze vrouw die in aanzien gelijk staat aan een heilige. Door het onttronen van zo’n vrouw ontwricht men een samenleving. Vooral in de dorpen waar men al leeft in extreme armoede is het vaak de religie en spiritualiteit waar men zich nog aan vast kan houden. Aan de andere kant zijn het juist deze vrouwen die de hoge sterfte cijfers veroorzaken en ongewild in stand houden. Wanneer deze vrouw van zojuist was bevallen bij een lokale vroedvrouw zouden moeder en kind zeker zijn overleden. In de dorpen wordt het ontkend uit angst voor hun positie en worden problemen opgehangen aan bovennatuurlijke krachten.

Klinieken en ziekenhuizen proberen met de traditionele vroevrouwen samen te werken en hun te stimuleren om een hoog zwangere vrouw al in een vroeg stadium door te verwijzen naar de dichtstbijzijnde kliniek. Zo blijven de traditionele vrouwen in de dorpen hun aanzien en functie behouden, maar zullen moeders veilig bevallen in een kliniek in plaats van met de bijbel tussen de struiken. Het is niet alleen de wil van de lokale vroedvrouwen en de opgeleide verloskundigen om samen te werken. Het zijn vooral de moeders zelf die vertrouwd moeten raken aan de medische wetenschap en los moeten komen van de diepgewortelde cultuur van het spiritueel gedachtegoed.
 
Marijn Poels
LEES MEER OVER HET WERK VAN MIDWIFES4MOTHERS Ministerie van VWS